Bart FM
Droog








...lees hier:
- Droogs officiële biografie
- Droogs jonge jaren
- Dichters over Repin
- Bart FM Droog de site

- Bundels Droog gratis bij DBNL
-Radioactief - de derde bundel
-andere dichters over Droog
-berichten over Droog-activiteiten

Zie actuele info op:
www.bartfmdroog.com

Oorlog, romantiek en de nietigheid van de mens spatten in Deze Dagen van de pagina's, in klare taal neergespijkerd. Bart FM Droog (Emmen, 1966) observeert, is betrokken, maar blijft een buitenstaander, een 'passenger' in de geest van Iggy Pop.

Foto: Andy Fox
Enkele titels van gedichten: Totaalgedicht, Passendaele, Kornwerderzand, Benzinebar, Spiegeldiep, Requiem voor een stadhuis, Hotel Hel.
Bart FM Droog was mede-samensteller van de bloemlezing Het Hogere Noorden.
Bart Fm Droog: Deze Dagen
ISBN 90 5452 053 1 / 48 pagina's / ƒ 19,90
Bart FM Droog emailleren
Klik hier voor recensies van Deze Dagen
en hier voor recensies van BENZINE

Benzine - verscheen op 21 november2000.
2de druk 2013; gratis op DBNL

In Benzine neemt Droog de lezer mee op een duizelingwekkende
trans-Europa-trip in poëzie, in een opwaartse vlucht van zijn thematiek. Van strandhallucinaties in de Eemshaven en het opzwemmen met zeehonden in de Waddenzee tot hotelbedden in Porto en slagvelden in Rusland. 'Vandaag is het
Warschau, dus dit moet woensdag wezen.'
ISBN 90-5452077-9; 25 gulden


Radioactief - verscheen in maart 2004.

Weer meer gedichten, met o.a. Kursk, Epibreren aan de Europaweg en de eenzame uitvaartgedichten.

ISBN 90-5452-112-0. € 13,50

 

In januari 2009 verschijnt de nieuwe bundel, Veldheer en andere liefdesgedichten, bij Uitgeverij De Contrabas.


quote van de eeuw: 'thematiek van vriendschap en romantisch nihilisme' - Jacob Moerman, Groninger Dagblad, 29-11-2000

recensies? hier  


'Rauwe reality-poëzie' (Amanda Kuyper, NRC Handelsblad, 27-8-2007)

'Nieuwe klassieker' (J.A. Deelder, Poetry International)

'Een dichter van het bereden beton' (Ruben van Gogh, Algemeen Dagblad)

'Een dichter die serieus aandacht verdient' (Piet Gerbrandy, De Volkskrant)

'Droog is expliciet en heftig beeldend' (Rogi Wieg, Het Parool)

'Was er maar een God van wie hij kon houden' (Remco Ekkers, Leeuwarder Courant)

De omslag van Benzine is ontworpen door de Groninger beeldend kunstenaar Eduard Bezembinder. Een interview met Eduard Bezembinder door Petra Else Jekel is te lezen als u hier drukt
DROOGS GEAUTORISEERDE BIOGRAFIE

Bart FM Droog, medeoprichter van De Dichters uit Epibreren (1994).
hoofdredacteur Rottend Staal (1995 [vanaf 2000 online] - 2008)
Stadsdichter van Groningen (januari 2002-januari 2005)
Gemeentedichter van Emmen, 1 maart 2008- 1 maart 2010)
Bedenker van het Eenzame Uitvaart-concept
geboren: 18-2-1966 te Emmen.
woonplaats: Eenrum, provincie Groningen
Eerste dichtpublicatie: in 1980 in de schoolkrant van zijn middelbare school.
Eerste voordracht: 15 oktober 1981, in voorprogramma van punkband 'The Screw' in wijkcentrum Het Bintholt te Emmen.
Eerste boek: Calvinistisch Nihilisme (poëzie en korte verhalen), Uitgeverij de Zon, Groningen 1988. Oplage 250 exx.
Officiële debuut: Deze dagen, Uitgeverij Passage, Groningen, 1998
Recentste bundel: Veldheer en andere liefdesgedichten, De Contrabas, Utrecht/Leeuwarden, 2009
Recentste cd: 'Voorbindbuik', met De Drie Boeddha's, 2008 (cd)
Op stapel:
De Nederlandse Poëzie Encyclopedie, april 2012 (online naslagwerk)
Weblogs: Drooglog (2004-2006); Volkskrantblog Droog (2007-2010)
Redacteur De Contrabas (2011-2012)
complete bibliografie
interviews
Dichtvoordrachten gegeven te: Armenië, België, Duitsland, Engeland, Iran, Kroatië, Nederland, Portugal, Zuid-Afrika en Zwitserland.
Prijzen: Johnny van Doornprijs voor de gesproken letteren, 2003 (met De Dichters uit Epibreren)
Tevens werkzaam geweest als: freelancer bij Nieuwsblad van het Noorden en De Volkskrant; programmamaker bij OOG-TV (2002-2004); presentator van Nachtspraak (1996-1998), Word Slam (2000-2002), de 'Poëet & Date-show' en het Literariteitenkabinet; mede-oprichter van de Poëziemarathon Groningen (2000), arbeider in o.a. de scheepsbouw, in de kleinmetaal, in de steigerbouw; reproman bij Rijkswaterstaat; bakkerijmedewerker en garnalensjouwer.


Droog en de Wadden-Furbies Eekee en Toeloe, die bij hem logeren.
Foto:Ralph Aarnout

terug naar boven

ANDERE DICHTERS EN SCHRIJVERS OVER DROOG:

Tommy Wieringa en Arjan Witte: 'Bart FM Droog kan het best worden gezien als poëzieactivist. Hij is voordragend dichter en lid van de Dichters uit Epibreren. Als zodanig heeft hij de drempel voor poëzie in ons taalgebied aanmerkelijk verlaagd.' (Vrijstaat Austerlitz n2, 13-6-98)

OVER BART FM DROOG & JAN KLUG

Ingmar Heytze: 'Regelrecht uit de Nederlandse culthoofdstad Groningen, meer specifiek uit Epibreren: Bart FM Droog is een van de belangrijkste literaire motoren van Groningen, zowel organisatorisch, trendsettend als uitvoerend. De multi-instrumentalist Jan Klug, die onlangs een hele bundel van de mannen van Epibreren in het Duits vertaalde, begeleidt Bart op baritonsax, dwarsfluit, stem en een groot assortiment in serie geschakelde effectpedalen.'

(presentatietekst Poëziecircus Utrecht, 19-6-98)

Droog & Klug aan het overleggen in wijlen Nachtcafé Koekkoek

Heere Heeresma Jr.: 'Vroeger drongen dichters zich niet op. In tegendeel, ze hielden zich liever op de achtergrond en lieten hun bescheiden gemompel in het geluid van alledag verloren gaan. Begrijpelijk, want op het schoolplein werden ze al geslagen. Maar nu is er een nieuw type dichter opgestaan, een zelfbewust en strijdbaar soort dat er zo niet goedschiks dan maar kwaadschiks voor zorgt dat zij worden gehoord: de podiumdichters. De in 1966 geboren Bart FM Droog hield op 17-jarige leeftijd het onderwijs voor gezien en ontvluchtte zijn geboorteplaats Emmen voor het zo veel levendiger Groningen waar hij ook nu nog woont. Gedichten schreef hij al sinds zijn dertiende, maar het was een optreden van Jules Deelder dat hem het lichtend pad van de performance wees. Op zijn vijftiende begon hij met optreden in cafés, jongerencentra, scholen en zelfs gevangenissen. In 1993 richt hij de uitgeverij Rottend Staal Publicaties op, waar hij zijn gedichten en die van gelijkgezinden in brochurevorm laat verschijnen. En met de nu 24-jarige collega-dichter Tjitse Hofman en de 27-jarige uit Duitsland afkomstige multi-instrumentalist Jan Klug vormt hij sinds 1994 het gezelschap Dichters uit Epibreren.(...)' (De Avonden, VPRO-Radio 5, 2-12-1998)

terug naar boven

'JE MOET ELKE TEKST KUNNEN VOORDRAGEN'

Jules Deelder eert vroegere reisgenoot met winnen Johnny van Doorn Memorial 1999

Jules Deelder, de niet altijd even bescheiden Rotterdamse podiumpoeet, vlakt meteen zichzelf uit als je hem vraagt wat het winnen van de Johnny-prijs voor hem betekent.

"De tweejaarlijkse 'Johnny van Doorn-prijs voor de gesproken letteren'. Wat betekent het voor mij? Het is een eerbetoon aan Johnny. we waren even oud. Hij was van de 12e, ik ben van de 24e november. Ik kwam Johnny natuurlijk veel tegen on the road, hè. We traden vaak samen op. Als je het zo bekijkt, vind ik het een eer." De namen van eerdere winnaars betekenen ook wel iets bij Deelders waardering voor de prijs: Simon Vinkenoog, Carla Boogaards en Willem Wilmink. Vinkenoog nodigde hij uit om mee te werken aan de 'Johnny van Doorn Memorial 1999', de avond van de prijsuitrijking., 19 november in Schouwburg Arnhem. uit zijn balboekje komen voorts Hans Verhagen, Bart Chabot, Herman Brood, Rijk de Gooijer en Maarten Spanjer. (...)

Het dichterschap is veranderd, volgens Deelder. Poëzie zonder stembanden gaat teloor. Hij noemt een confrater: "Bart Droog, die had ik ook voor in Arnhem gevraagd. Die heeft een bestand van zo'n vijfduizend Nederlandse 'performing poets'. Hé, moet je nagaan. Die treden ook allemaal op. Hoe dat school heeft gemaakt! Maar dat voltrekt zich volkomen buiten het gezichtsveld van de officiële kritiek." (...)

(Rijk van Rotterdam, Arnhemse Courant/Gelders Dagblad, 2-11-1999)

terug naar boven

ZILVERRUG

Dichters zijn geen mietjes. Zie Bart FM Droog. Hij was woensdag nog in beeld bij de televisie-uitzending voorafgaand aan de Landelijke Gedichtendag. De camera bleef even steken bij de puut shag in zijn borstzak. Hij droeg een gedicht voor. Want Bart FM Droog is dichter en poëzieactivist. Hij schrijft over nekschoten en het on-the-roadgevoel van de Opel Vectra.

Voor wie het niet weet: Bart FM Droog ziet eruit als een schoft. Zijn haar is op militaire wijze gemillimeterd. Hij weet, net als de Romeinen, dat bij een echte man de schedellijn zichtbaar is. Voorin Droogs hoofd bungelt een peuk. Dit ongunstige uiterlijk verbergt een zachtmoedige man. Dat gaat vaak op voor mensen met zo'n voorkomen. (Behalve voor taxichauffeurs, daar is de ziel een gekwetst lam in wolfspak maar een kleine ploert in lederen lefjasje. Of deze knuppelwaaiers eigenlijk aardig zijn? Niemand die het weet.)

Bart FM Droog reist al sinds jaar en dag met een koffer vol poëtische traktaten door de Lage landen. Hij strijdt rumoerig en onvermoeibaar voor de dichterlijke zegswijze. Op alle podia leest hij zijn gedichten. of lezen, zijn verzen worden gebracht met een vervaarlijke oversturing van de stembanden. Bart FM Droog blaft gedichten naar de maan als een schorre hond.

Wanneer hij niet optreedt, wijdt hij zich aan een titanisch monnikenwerk. Hij heeft zich tot taak gesteld om álle dichters die publiceerden in de vorige eeuw in één naslagwerk bijeen te brengen. met monomane plichtsbetrachting heeft hij er al 2073 opgespoord. Het wordt een groot en belangrijk boek, bevreemdend als een kathedraal van schelpen.

En als elke actiegroep geeft hij een blad uit. Vanuit zijn hoofdkwartier in Groningen bestookt hij Nederland eens per seizoen met de onvolprezen Rottend Staal Nieuwsbrief. Daarin zullen letterkundigen van komende eeuwen de poëzie vinden die zij belangrijk achten voor deze dagen. In het voorwoord van een Rottend Staal Nieuwsbrief schrijft hij: 'Elke voorspelling is zelfvervullend. Wie beweert dat het slecht met de poëzie gaat draagt verantwoordelijkheid voor de teloorgang van de poëzie.'

Mooi sprook'n mien jong.

De bovenwereld heeft deze week fatsoenlijk en democratisch een Dichter des Vaderlands gekozen. De onderwereld haalt haar schouders op. Zij heeft haar eigen zilverrug. De ondergrondse tegenvoeter van Gerrit Komrij is Bart FM Droog.

(Tommy Wieringa, Spits, 28-1-2000)

terug naar boven



Droog tijdens Noorderzon, 1997. Foto: Chris van Wierst

 


BERICHTEN OVER DROOG-ACTIVITEITEN

Bart FM Droog's Poezie-encyclopedie in wording
Bart FM Droog in Armenië
verkenningsmissie in Trans-Kaukasus


Encyclopedie Dichters '1900/2000'

Nimmer, van erts tot arend, heeft enig schepsel in de Nederlands literatuurgeschiedenis zoveel bloemlezingen onderzocht als Bart FM Droog. Inmiddels heeft hij bloemlezing nr 570 verwerkt en in totaal 3164 dichters getraceerd en met hun bio- en bibliografische gegevens geregistreerd voor de encyclopedie Dichters '1900/2000' (verschijnt bij Passage, d.v. in 2002).

Het project ligt wegens drukke werkzaamheden even in de koelkast. Hoop deze zomer me er weer verder mee bezig te houden.

Getraceerde dichters: 3164
doorgenomen bloemlezingen t/m 28-9-2000: 570
Lectuur Repertorium [1952-1954] behandeld t/m: Oswald Robijns


Over de laatst gevonden dichter - wie kent hem niet?:

Oswald Robijns (Gelinden, 21-3-1871/Millen, 9-1-1939) man, Vlaming. Priester, proza•st, dichter en toneelschrijver. Zoon van de ook al vergeten schoolopziener, pedagoog, prozaïst en dichter Frans Antoon Robijns (1836-1903). Oswald was achtereenvolgens leraar te Borgworm, onderpastoor te Eksel en pastoor te Millen, in de buurt van Tongeren. Hij was oprichter en hoofdredacteur van het tijdschrift 'Limburg'. Zijn gedichten verschenen in de bundels Eigen tooi en vreemde pluimage, Gemengde verhalen en gedichten (in vijf delen) en in Korenaren en kollebloemen. Ben erg benieuwd eens een uitvoering van zijn merkwaardig getitelde toneelstuk Baptist Houtworm te zien. De poëzie die hij schreef was blijkbaar zo uniek dat ik hem in geen van de tot nu doorzochte bloemlezingen heb ontdekt. Vond hem in het absurde Lectuur Repertorium, Deel 2, uit 1953, als een van de 23.000 auteurs die in dit monsterwerk met biobibliografieën beschreven staan.


Over de betrouwbaarheid van de bronnen:
Hoewel het Lectuur Repertorium redelijk betrouwbaar (los van de opinies van de samenstellers) is, begon ik toch even aan de betrouwbaarheid te twijfelen toen ik er vanavond in las dat de dichteres Jo Landheer (geboren 1901) al in 1941 gestorven zou zijn. Andere bronnen vertellen me dat ze nog vrolijk 45 jaar doorleefde, tot in 1986.
Wie moet ik geloven? Er gebeurden in de oorlog wel meer rare dingen. Zou Jo Landheer in 1941 gestorven zijn? Ik zou het bijna vermoeden, want van na die tijd zijn maar 2 kleine publicaties bekend. Misschien wel postume. En wie weet heeft iemand anders haar identiteit overgenomen. Heel misschien weten Johan van Delden, Reinold Kuipers of Louis Lehmann antwoord op deze prangende vraag. Zal ze het vragen na terugkomst. De Koninklijke Bibliotheek meldt dat ze overleden is in 1986. Maar ach, het K.B.-online archief kent niet het boeiende boek 'Preekgedichten' van Kathinka Lannoy, noch de meeste bundels van Lehmann. Dus ik weet het niet.

Begin nu te vermoeden dat mijn eindscore van in boekvorm (etc. etc.) Nederlandstalige dichters 1900-2000 ergens tussen de 3000 en 4000 zal komen te liggen.


terug naar boven


Bart FM Droog in Armenië


Op 30 april 2000 vertrok de dichter Bart FM Droog voor 7 dagen naar Armenië in de Trans-Kaukasus, waar hij enkele Nederlands- en Engelstalige voordrachten zal verzorgen, o.a. in de Jazz Club te Jerevan. Tevens zal Droog Armeense dichters en literaire organisaties pogen te ontdekken teneinde literaire banden tussen Armenië en Nederland te leggen.
Deze ontdekkingsreis wordt mogelijk gemaakt door de Jazz Club Jerevan en het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds te Amsterdam. De Engelstalige vertalingen van Droogs poëzie zijn gemaakt door John Irons.


VERKENNINGSMISSIE IN TRANS-KAUKASUS


Armenië. Iets meer dan 3 miljoen inwoners, hoofdstad Yerevan, waar ongeveer
de helft van de populatie woont. 90% van het land ligt hoger dan 1000 meter.
Land van bergen, aardbevingen en oude cultuur. Voornaamste exportproduct:
cognac en steen.

Wel: Armenië. Klein probleem op Schiphol wegens ontbreken van ticket, doch
werd adequaat opgelost door dame van World Travel waardoor ik zonder
problemen aan boord kon gaan van de driemotorige Tupolev 154 B-2 van
Armenian Airlines. Was een genoegen om te zien hoe een plafondfragment bij
het opstijgen naar beneden klapte en de algehele versletenheid van het
interieur waar te nemen.
Op Zvartnots Airport, waar ik voor $20 dollar visum voor 3 dagen kon kopen,
werd ik opgewacht door mede-organisatrice Astghik Sargsyan en Nanno van
Delden (in Armenië wegens zakentrip/privé-ontwikkelingswerk). Hij legde
me uit dat er weliswaar een appartement beschikbaar was, maar zonder water.
Hij stelde voor de intrek te nemen in een hotel, waar ik mee akkoord ging:
aan de luxe van het kunnen doorspoelen van w.c.'s en het nemen van een
dagelijks stortbad ben ik als Westerling wel gehecht.

Het 'festival' bleek te bestaan uit één avond, met Russisch-, Armeens- en
Nederlandstalige gedichten. Niet in de Jazz Art Club, maar in de TV-Club.
Niet op 4 mei, maar op 5 mei. Uiteindelijk georganiseerd door het 'Concord
Center'. Wel in Yerevan.
De dichteressen die naast mij optraden waren Marina Hovanissyan en Liane
Karakhanyan. Marina bracht Armeense gedichten - helaas, vanwege de
merkwaardige Armeense hang naar traditie, niet van haar zelf maar van een
door Stalin vermoorde dichter. Liane bracht Russische gedichten. Was wel
geraakt door de voordracht van Marina, heel intens en tegelijkertijd heel
gevoelig. Ze zal me binnenkort eigen werk en Engelse of Russische
vertalingen toesturen, opdat ik het werk kan begrijpen. Dit geldt ook voor
Liane.
Bracht zelf Nederlandstalige gedichten, voornamelijk van mezelf, één (De 18
Dooden) van Jan Campert. Op tafels lagen de Engelstalige vertalingen van
John Irons en korte Armeense inleidingen op de gedichten. Na afloop van de
dichtvoordrachten gebeurde iets wat ik niet eerder meegemaakt heb: mensen
uit het publiek stonden spontaan op, gaven redevoeringen over hoe geweldig
het wel niet was en dat ze emotioneel geraakt waren door de gedichten en citeerden
zelf gedichten van - jawel - klassieke Armeense dichters uit de 17de eeuw A.D.
Karen Aghajanyan (een man), chef van de organisatie 'Concord Center' zei ook
dat hij gezien het succes van de avond vaker literaire en culturele
activiteiten wilde organiseren. Ik hoop dat dit doorgang zal vinden en dat
de Armenen zelf een voordraagtraditie van contemporaine dichters gaan
beginnen. De avond is door een tv-team van de nationale omroep gefilmd, heb
een videomontage meegekregen. Het is me echter onduidelijk of er iets van
is/wordt uitgezonden.
Mijn optreden scheen het eerste optreden van een buitenlands dichter geweest
te zijn. Mijn enige voorganger die zich met Armenië heeft bezig gehouden was
Lord Byron, die in het begin van de 19de eeuw meewerkte aan de
totstandkoming van het eerste Engels-Armeense woordenboek. Zover ik weet is
hij er echter nooit geweest; hij werkte in de Armeense kolonie te Venetië.


Armeense Droog-biografie

Helaas heb ik geen directe resultaten (namen van literaire organisaties of
dichters die de moeite van het uitnodigen waard zijn) voor Poetry
International in de Trans-Kaukasus kunnen behalen. Wel heb ik in het
centrale regeringsgebouw (waar ik op 6 mei een korte voordracht heb gegeven)
gesproken met de perschef van de huidige regering, die me beloofde het
Ministerie van Cultuur in te schakelen op de queeste naar dichters en
organisaties. Er schijnt een schrijversbond te bestaan, maar in hoeverre die
nog actief is (relict van Sovjet-era), is me een raadsel. Ik heb goede hoop
van hem in de toekomst meer te horen: in het politiek redelijk instabiele
Armenië heeft hij al meerdere premiers overleeft, wat toch wel iets voor de
lange termijn kan betekenen. Hij heeft me twee verzamelbundels van -
vermoedelijk -hedendaagse Armeense dichters meegegeven, doch het gaat me
enige tijd kosten alleen al de namen erin te ontcijferen. Want zoals al het
drukwerk aldaar is het in het Armeense alfabet afgedrukt.
Dit alfabet van 37 letters, ontworpen door een van hun vele nationale helden
Mesrob Mashtots in het begin van de 5de eeuw A.D., is iets waar de Armenen
erg trots op zijn; ze hebben er zelfs een heel museum aan gewijd. Maar het
compliceert alles wel: de taal, hoewel Indo-Europees, is niet verwant aan
enige andere taal. Hoewel ik het Cyrillische en Griekse schrift ontcijferen
kan, is het Armeense schrift voor mij abracadabra.
Met recht zijn de Armenen trots op hun millennia-oude cultuur: de hoofdstad
is b.v. door een Armeens vorst in 782 B.C. gesticht. Het is christelijk
sedert 301, toen de vorst Tigridates besloot dat dit moest gebeuren, na van
gekte genezen te zijn door een christelijke gevangene geheten Gregorius.
Tigridates wilde namelijk huwen met de christelijke maagd Hripsime. Zij had
daar geen zin in, werd derhalve gestenigd en kort erop werd de koning gek en
dacht dat hij een varken was.
Na de christelijke overgang stichtte Gregorius (later Sint Gregorius de
Illuminator genoemd) een kerk in een ontoegankelijk ravijn, 40 km oostelijk
van Yerevan, waar men honderden jaren een speer bewaarde, waarvan men zegt
dat dit de speer was waarmee Christus' long doorboord was (tegenwoordig
bewaard in de kathedraal te Echmiadzin, ook in Armenië of Hadjistan, zoals
ze het zelf noemen).

Communicatie met mensen in Armenië verloopt erg moeizaam. In de hoofdstad
Yerevan spreekt vrijwel iedereen Armeens en Russisch, op het platteland
wordt hoofdzakelijk Armeens gesproken. Hoewel een verbazingwekkend aantal
Armenen 'basic'-Engels spreekt en verstaat, blijft het bij elk Engelstalig
gesprek met hen de vraag in hoeverre ze het begrepen hebben. Maar omdat de
Armenen een uitermate
vriendelijk volk vormen durft - denk ik - vrijwel niemand te zeggen 'ik
begrijp je niet'. Om een voorbeeld te geven: op woensdag wilden Nanno en ik
een kerk en een kasteelruine bezoeken, hoog in de bergen, op een plaats
geheten Anberd (ook gespeld als Amberd). Op de meest in omloop zijnde kaart
leek de route vrij makkelijk. Eerst 30 km westelijk naar Ashtarak, dan
noord, doorheen het dorp Biurakan en enige kilometers verder naar het
noorden zou een afslag naar Amberd zijn. In de - via de organisatie
geregelde Lada Niva (4 wheel drive-Russische jeepvariant) volgden we de
aanwijzingen op de kaart, maar nergens het dorp Biurakan of een afslag.
Ieder die we de weg vroegen vertelde wat anders. Uiteindelijk zijn we er op
goed geluk toch gekomen en het was de moeite waard: op een klif op 2200 m.
hoogte, tussen de eeuwige sneeuw een in goede staat verkerende kerk uit de
11de eeuw, restanten van een paleis/kloostercomplex uit dezelfde tijd en een
reusachtige kasteelruine. Ver van alle doorgaande routes. We hoorden later
dat dit complex gebouwd was als uitwijkplaats voor Armeense vorsten en adel.
Gezien de vele invasies waaraan Armenië is blootgesteld een begrijpelijke
gedachte uitgerekend op zo'n ontoegankelijk oord

Een stukje Armeinië

Mochten er in de toekomst meer uitnodigingen voor Nederlandse schrijvers of
dichters uit het Armeense komen lijkt het me raadzaam een Nederlandse Armeen
als begeleider mee te sturen. Ikzelf had het geluk dat Nanno van Delden
aanwezig was die redelijk Russisch spreekt. Zonder hem zou het anders een
uitermate frustrerend verblijf geweest zijn, vanwege de taalproblemen.
Ook raad ik eventuele Armenië-gangers aan zuurstofflessen mee te nemen: de
luchtvervuiling in Yerevan is extreem. De anderhalf miljoen inwoners lijken
het grootste deel van de dag bezig te zijn met zich motorisch te
verplaatsen. Hoofdzakelijk in Sovjet-automobielen, -bussen, -taxi's en
personenbussen, waardoor de in een dal gelegen stad van uitlaatgassen
doordrongen is.

Een Armeens tankstation (foto Droog, 2000)

De politieke situatie - ik meldde het al - is instabiel te noemen. Tijdens
mijn verblijf werd de premier door de president ontslagen en begon een grote
stoelendans voor zijn opvolging. Wat de verschillende politieke partijen
willen is ondoorgrondelijk. Vermoed dat de meeste mensen die zich er met het
landsbestuur bezighouden dat enkel doen vanwege het hebben van macht.
Momenteel is er een proces gaande tegen mensen die ervan beschuldigd worden
enkele jaren geleden politieke moorden gepleegd te hebben. Zij zeggen dat ze
dat in opdracht van een toenmalige minister deden. Heb enkele malen een
voormalig collega van die minister ontmoet, de toenmalige chef van de
geheime dienst. Zou me niets verbazen als die binnenkort of gearresteerd
wordt of naar een onbekend buitenland vertrekt - net als zijn oud-collega.
Die in ieder geval niet naar de buurlanden Turkije of Azerbeidjan vertrokken
is: de grens met Turkije is vermoedelijk sedert 1914 gesloten, evenals de
grens met Azerbeidjan, waarvan ze in de oorlog rond de Armeense enclave
Nagorno Karabach ('Bergachtig Karabach) een aanzienlijk stuk geannexeerd
hebben. De grenzen met de andere twee buurlanden Georgië en Iran zijn wel
open.

Verwacht voor in de toekomst het meest van de kunstschilder Ara Haytayan,
die als enige me het bestaan van een hedendaags cultureel tijdschrift wist te melden. Hij zal
pogen contact te leggen met de dichters die daarin participeren. Hoorde van
weer anderen dat het merendeel van de hedendaagse Armeense dichters
'politieke' poëzie schrijven. Wat dit inhoudt ben ik niet te weten gekomen.
Waarschijnlijk schrijven ze gedichten vol verwensingen naar Turken en
Azeri's, lofzangen of hekeldichten op politici en over het verlangen naar
Groot-Armenië, dat soort werk.

Begrijp nu echter wel waarom voor Armenen de berg Ararat, pal over de grens met Turkije, een heilige berg is. Deze bergtop van 5165 meter, stijgt als het ware uit het dal waar Yerevan in ligt op. Een weergaloos gezicht.

Ik ben trouwens veel dank verschuldigd aan de Armeense voetbalfederatie, en met name aan Armann Hovhannisyan, die een gedeelte van mijn verblijfskosten betaald heeft. Hij zorgde voor het uitreisvisum, loodste me door alle vliegveldgrenstoestanden tot bijna in mijn Tupolev richting Nederland.

Ben er nog steeds niet achter wat ik daar nu eigenlijk gedaan heb. Denk dat
het een soortement ontwikkelingswerk is geweest. Maar de impressies waren zo veel en overweldigend dat ik alles nog even moet laten inzinken: het fantastische berglandschap, de cultuur, de straatbeelden (stel je voor: een
zesbaansweg met in het midden twee tramlijnen, brede stoepen, grote, 4
verdiepingen hoge woonblokken in Sovjetstijl. Op de trottoirs heel veel
straathandel: mensen van het platteland die vlees, vis, groente, fruit, auto-onderdelen, meel, koffie etc. verkopen. Veel mensen die wachten. Waarop? Dan op de rijweg: wrakke autobussen, personenbusjes, oude Sovjet-auto's en (ongeveer 5%) de duurste Westerse autotypes, die zich allen een weg tussen de vele gaten in het wegdek zoeken. Ook op straat de 'zelfmoord'-overstekers: mensen die zonder acht te slaan op het verkeer plots oversteken. Overdag zijn ze nog wel te ontwijken, maar als je 'savonds rijdt is het erg beangstigend, zeker als je je realiseert dat de overheersende modekleur er zwart is.

Bart FM Droog, mei 2000

noot: vrijwel alle Armeen hebben een achternaam die op 'yan' eindigt. Dit
betekent ongeveer hetzelfde als het Nederlandse 'van' in achternamen.

Naschrift, augustus 2002: zie ook het google-overzicht van Engelstalige sites over Armeense dichtkunst.


terug naar boven

Mijn leven in een weinig woorden: 1966-1994 

Zoals de meeste mensen werd ik geboren, en wel in een bungalow aan de Woerd 22 te Emmen, op de 18de februari 1966, als zevende kind van Ab Droog (1926-1999) en Luus Ensink (1924). Mijn vader was tolk bij het Amerikaanse leger (oktober 1944-januari 1945), Brengunschutter en mortierbediener bij het 1ste bataljon Oorlogsvrijwilligers van het Garderegiment Jagers in Nederland, Duitsland en Nederlands Indië (1945-1948), tropisch landbouwkundige/planter te Indonesië, Liberia en Suriname, landbouwonderwijzer te Hengelo, ontwikkelingswerker te Tunesië en Haïti en landbouwschooldirecteur te Emmen. Voor haar huwelijk studeerde mijn moeder aan de voorloper van de Rietveldacademie, totdat ze vanwege de oorlogsomstandigheden daarmee moest stoppen. Na de oorlog werkte ze als telefoniste bij het Vrouwelijk hulp Korps en bij een manege in de buurt van Bergen op Zoom. Tijdens het huwelijk onderwees ze mijn oudere broers en zussen wegens afwezigheid van Hollandse scholen in de verre tropen.
Enfin, ze verwerkten mij, gingen scheiden toen ik een jaar of zes was. Mijn vader hertrouwde met Thea Leenderts, waardoor ik er een zusje bij kreeg die Juliët heet en later verwekten Ab en Thea nog een dochter, Annelies geheten, waardoor het totaal aan kinderen op 9 kwam.
Enfin, na mijn goed bezochte doop in de parochiekerk in de wijk Angelslo volgde ik onderwijs aan achtereenvolgens de peuterspeelzaal en de r.k. kleuterschool Pinkeltje, beide in Angelslo, een voormalig gehucht dat in de jaren zestig van de twintigste eeuw transformeerde tot nieuwbouwwijk van Emmen. Omdat scheiden erg in de mode begon te komen alsmede de zucht naar steeds weer nieuwe nieuwbouwwoningen verhuisde mijn moeder met de minderjarige zoons naar een nieuwere nieuwbouwwijk van Emmen: Emmerhout. Daar leefde ik tot 1983. Onderwijl bezocht ik de r.k. lagere school 'Titus Brandsma'. Klassikaal werden we daar voorbereid op de Heilige Communie, een gebeurtenis die me op mijn achtste levensjaar deed beseffen dat geloof in een god absurd is. Bij de Heilige Communie mogen katholieke kinderen voor het eerst in hun leven een hostie eten, het symbool van het lichaam van Jezus Christus. Bij de generale repetitie hiervoor toverde pastoor Tienen, een dove man die het godsdienstonderricht verzorgde door saaie verhalen te dicteren, een schaal met hosties te voorschijn en zei: 'Toe maar kinderen. eet maar, dan schrikken jullie komende zondag niet van de smaak. Wij - mijn klasgenoten en ik - waren geschokt: 'Maar meneer pastoor, dat mag toch niet. Dat mag bij de communie toch voor het eerst?'
'Kinderen, zondag krijgen jullie voor het eerst een heilige hostie. Deze zijn nog niet heilig.'
'Maar meneer pastoor, wat is dat, heilig?'
'Dat betekent dat ik ze nog niet gezegend heb.'
'Maar meneer pastoor, wat is dat, heilig?'
'Dat betekent dat ik er nog geen kruisteken boven heb gemaakt.'
Ik was een jaar of acht en geschokt. Als iets heilig wordt omdat een of andere dove mafkees in een jurk er een kruis boven zwaait dan was ik Here God hemzelve. Nee - op dat moment staakte ik te geloven in God en in hen die goden prediken. Wel deed ik die zondag vrolijk aan de ceremonie mee, uit puur opportunistische motieven. De Heilige Communie, net als het Heilig Vormsel op mijn twaalfde, ging gepaard aan het krijgen van vele cadeautjes. Die geen kind zich laat ontzeggen.
Het merkwaardige is echter dat ik me geen enkele kerkdienst uit mijn kindertijd kan herinneren, zelfs de ceremonies niet. Terwijl ik toch regelmatig door mijn moeder naar de kerk heen gesleept werd. Kan me alleen herinneren dat ik op pepermuntjes zoog, tegels telde of met matjes speelde. Wat er nou daadwerkelijk gezegd werd - ik heb geen idee.
 

Op de lagere school was een van mijn beste speelvriendjes Jos Tolboom, momenteel wiskundeleraar en schrijver te Groningen. In de vijfde klas richtte hij de 'Josser Courant' op, een handgeschreven tijdschrift in een oplage van een exemplaar, waaraan ik meewerkte. Denk dat daarmee mijn liefde voor het maken van tijdschriften begonnen is. Zowiezo is dat vijfde lagere schooljaar me goed bijgebleven, vermoedelijk door de onderwijzer, een verschrikkelijke tiran die tevens frater was. Frater Kroes - hele generaties katholieke kinderen uit Emmen zullen nog steeds huiveren bij het horen van die naam. Hij begon het schooljaar met het op lengte plaatsen van de leerlingen (de kortsten voorin, de langsten achterin het lokaal) en het noteren van de beroepen van de ouders. Het waarom leerden we in de loop van het schooljaar: arbeiderskinderen konden rekenen op een slechte behandeling, directeurszonen en -dochters konden op ween betere behandeling rekenen. Zijn Nederlandse les bestond uit het opschrijven van een honderdtal woorden op het bord, die we dan in een schriftje moesten overschrijven. Heel gebruikelijk om zoiets met 'moeilijke' woorden als 'commissaris' of 'fauteuil' te doen, minder gebruikelijk om ook woorden als 'het', 'een', 'dak' te laten overschrijven. Nog minder gebruikelijk was zijn controle van de schriftjes. Wie een fout had gemaakt moest dat betreffende woord vijf tot duizend maal overschrijven - afhankelijk van zijn humeur. Het grofst maakte hij het met mijn klasgenoot Robert Helder. Die op de een of andere manier zijn toorn had opgewekt en vervolgens als een paria behandeld werd. Bij proefwerken kreeg hij geen papier, bij overhoringen van bijvoorbeeld de kaart van Nederland ging de frater precies zo voor de kaart staan dat Robert (in een uithoek van het lokaal geplaatst) deze niet kon zien. Dat duurde enkele maanden. Tot de vader van Robert op een heuglijke dag het lokaal binnenstapte, de frater vertelde dat hij hem eigenlijk in elkaar wilde timmeren maar dit vanwege de aanwezigheid van schoolkinderen niet deed maar wel zou doen als zijn zoon niet ogenblikkelijk normaal behandeld zou worden.
De frater was sedertdien een stuk minder tiranniek.

 
Na de lagere school kwam ik godzijdank op een school terecht waar ze de jeugd niet lastig vielen met godsdienstige ongein. Mijn middelbare school was de Gemeentelijke Scholen Gemeenschap te Emmen, een mooi steen- en houtbouwwerk uit het eind van de jaren veertig, waar 1300 Zuid-Oost Drenthelijke kinderen Havo en V.W.O.-onderricht volgden. Bijzonder fijne herinneringen heb ik aan de lessen geschiedenis, aardrijkskunde, Grieks en Latijn, gegeven door leraren met hart voor hun vak. Op deze school schreef ik rond mijn veertiende mijn eerste gedichtjes en werd ik medewerker aan de schoolkrant. Tevens ontwikkelde ik een voorliefde voor punkmuziek en begon ik - eerst alleen, later met anderen punktijdschriften te maken. De eerste was 'Der Aussteiger', een gestencild, slecht vormgegeven en grotendeels onleesbaar punkblaadje dat een oplage van 50 exemplaren had. Dit punkleven zorgde wel voor problemen: op mijn zestiende begon ik des weekends rond te reizen, woonde rellen bij te Berlijn, punkfestivals in Nederland en Duitsland  en door de week zat ik op school in dat saaie Emmen. Waar mijn moeder een relatie had met een man die ik wel kon schieten en een conrector die eindredacteur was van de schoolkrant mijn stukken censureerde - enkel en alleen om bij de rector te vleien in de hoop zelf rector te worden. Na weer een heftig verblijf in Berlijn besloot ik met school te kappen: voelde me er gewoonweg niet meer thuis. Derhalve liep ik weg en vestigde me op zeventienjarige leeftijd in Groningen, waar ik in de punk- en kraakwereld onderdak vond.
 
Mijn eerste optreden speelde zich medio oktober 1981 in een buurtcentrum te Emmen af, waar ik in het voorprogramma van de punk/new wave band 'The Screw' gedichten voordroeg. In de periode 1982-1984 trad ik veel op met de Utrechts/Emmense Nederlandstalige punkband 'Vacuüm', waar ik ook als gastmuzikant trompet bij speelde. Heel erg slecht weliswaar, maar nog steeds kan ik bijvoorbeeld de aanval blazen.
 
Ondertussen, van mijn zeventiende tot mijn eenentwintigste, hield ik me ledig met het bijwonen van relletjes, punkfeesten en festivals, het helpen bij het kraken van leegstaande gebouwen en het maken van een wekelijks radioprogramma's bij de kraakzender ''De Zendmacht', samen met Nanno van Delden (inmiddels manager) en Edwin Groot (inmiddels advocaat). In 1987 - een beetje uit balsturigheid door het voortdurende 'fuck the state'-geroep van mede-punkers en -krakers die net als ik wel gebruik maakten van het geld van de sociale dienst - begon ik mijn loopbaan als arbeider. Was productiemedewerker bij Verzinkerij Noord Nederland te Groningen, postkamermedewerker bij Ahrends te Almere, lopende-band-arbeider bij Bayersdorf te Almere - allemaal vrij kort. In 1988 kwam ik als uitzendkracht bij de plaatstaalfbriek Zwartkot in Hoogkerk te werken. Bleef daar een jaar als plaatwerker. Ze maakten daar postkantoorbalies, PTT-meubilair, rolcontainers voor postzakken. Doen ze nog, zover ik weet. In hetzelfde jaar verscheen mijn eerste bundel, Calvinistisch Nihilisme, een uitgave van de kleine Groninger uitgeverij De Zon, zonder veel succes overigens. Optreden deed ik enkel in het punk- en kraakcircuit en bij veel van de gedichten uit die tijd heb ik nu zoiets van 'veel te politiek-correct'. Toch stonden er in Calvinistisch Nihilisme een aantal aardige gedichten en verhaaltjes. Het boek verscheen in een oplage van 250 exemplaren. 

In 1989 had ik het plaatwerken wel gehad. ik schreef in dat jaar naast enkele hoorspelen een nog steeds onuitgegeven experimentele roman (fragmenten eruit verschenen in 1991 in het Jaarboek van de Academie van Ambulante Wetenschappen, bij Uitgeverij Ravijn te Amsterdam), werkte enige tijd als huisopknapper in Antwerpen. In 1990 reisde ik veel, huwde ook en was zwaar verliefd. Onderwijl pleegde de kraakwereld hier in Groningen zelfmoord met het geweld rond de ontruiming van het Wolters-Noordhoffcomplex. Het was een raar jaar, 1990. Het begon met een autoreis door de Ardennen in januari, een tweeweeks verblijf in Londen, gevolgd door mijn kortstondige huwelijk met de Duitse Brigit Isolde Schnitzler, het grote verliefd raken op die mooie Marion, de ontruiming van Wolters, het afreizen naar het chaotische Roemeni‘ waar ik in de contra-revolutie belandde die de oude Ceaucescu-getrouwen pleegden in juni 1990, en weer terug in Nederland brak de Golfoorlog uit. Waarop ik naar Engeland afreisde. Later dat jaar woonde ik de laatste dagen van Oost-Duitsland bij (de Muur was in 1989 gevallen)  en raakte mijn geld op, waardoor ik weer aan het werk moest. In 1991 werkte ik als industrieel schoonmaker, oud-papier sorteerder, steigerbouwer en weer als plaatwerker. Waarna ik begin 1992 bij Centraal Staal, een scheepsbouwfabriek, kwam te werken. De instortende scheepsmarkt maakte een eind aan dat werk  Dus weer een nieuwe baan in 1993. Rijksambtenaar ditmaal, repro-medewerker van Rijkswaterstaat Directie Groningen, later, in 1994 nog even een maandje bij Directie Noord-Nederland te Leeuwarden. Waarna ik als bijrijder van Nanno van Delden in een Lada Samara naar Moskou reed en in Minsk (in Wit-Rusland) danig gewond raakte bij een poging een badkamer op te blazen - maar dat is weer een heel ander verhaal. 

 
Kort daarvoor werden De Dichters uit Epibreren geboren, in maart 1994. Daarover meer in de archieven op Epibreren-eiland. Heel in het kort wat ik sedertdien deed: naast het schrijven van gedichten en het werken voor Epibreren arbeidde ik als telefonisch advertentieverkoper bij uitgeverij Intermed te Groningen voor de kranten van o.a. het Nederlands Architectuur Instituut, Het Nederlands Scheepvaartmuseum en Het Groninger Museum (1996-1997) en was van zomer 1997 tot zomer 2000 barkeeper in het inmiddels failliete MuziekcafŽ Koekkoek te Groningen. Inmiddels verzorg ik wekelijks een dichthoekje in 'Het Nieuwsblad van het Noorden' en een maandelijks stukje in de 'Vera Krant', het tweewekelijkse tijdschrift van Vera te Groningen, een cultuurcentrum dat zichzelf omschrijft als 'club for international popunderground'. Tevens werk ik als vrijwillig redacteur bij de Amerikaanse web-directory Go.com.


Droog, september 2000


terug naar boven


SCHILDERSVERSLAAFDE ONTLEEDT RATTEN VIRTUEEL - een interview met  Eduard Bezembinder
 
'Ik had een hekel aan leren. Ik ben gaan varen, maar dat was ook niets voor mij.' Eduard Bezembinder werd kunstschilder. Nu werkt hij bij de faculteit biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'Biologie interesseert me niet bijzonder.'

'Of ik schilder? Ja, dat is mijn hoofdactiviteit,' benadrukt Eduard Bezembinder (Breda, 1964) meteen aan de telefoon, nog voor we een afspraak maken voor 'gemengde technieken'. De faculteit biologie van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) blijkt een kunstschilder in dienst te hebben. BioCOOT (biologie computer ondersteund onderwijs team) heet het project waar Bezembinder voor aangenomen is. Het ambachtelijk naschilderen van mens, beest, plant? Nee, het vormgeven aan onderwijsprogramma's voor de faculteit. Of, om preciezer te zijn: het visueel inzichtelijk maken van het ontleden van ratten. 'Door de computerprogramma's die ik maak hoeven echte ratten niet meer opengesneden te worden. Steeds meer studenten hadden weerzin tegen dierenkwellingen en dat soort dingen.'
In 1992 kwam hij met een schilderdiploma als 'schilderverslaafde' van kunstacademie Minerva. Maar, 'op een gegeven moment kwam ik er achter dat ik op het zelfde technologische peil stond als mijn ouders'. Om een technische voorsprong te cre‘ren volgde Bezembinder een spoedcursus pc-gebruik. Met deze kennis kon hij aan de slag bij de RuG. 'Ik benader het ontwerp van de biologische leeromgeving vanuit de vormgevingskant. Deze baan blijft dichter bij mij als kunstenaar dan, laat ik zeggen, frietbakken. Het schilderen verdient gewoon te weinig en dat is erg onzeker.'
 

Schijnbare perfectie

 Bezembinder is een ordelijke schilder, 'licht autistisch zou ik bijna willen zeggen'. Hij werkt 'nauwgezet en keurig' op standaardformaat doeken, want dat is 'makkelijker opslaan'. Vanaf het eerste werk na de academie nummert hij zijn werken door, nog steeds op zoek naar 'schijnbare perfectie'. Bezembinders gestructureerdheid komt niet alleen in het ontwerp van het uiterlijk, veelal diersilhouetten tegen een kleurrijk geometrisch 'behang', soms aangevuld met teksten, maar ook in het ontwerpproces, dat tegenwoordig op de pc gebeurt, terug. 'Ik haal mijn beelden uit de tientallen mappen met plaatjes die ik heb verzameld en die ik digitaliseer.' De dieren in zijn recente schilderijen komen daar ook vandaan. 'Dieren kun je mooi multi-interpretabel maken. De teksten zijn ook bestaande fragmenten, die helpen associaties op gang. Helaas heeft nog geen enkele journalist zich aan een inhoudelijke interpretatie van mijn werk gewaagd.'
Hoewel hij steeds meer met de computer werkt, houdt Bezembinder niet op met schilderen. 'Dat kan niet, als je daar eenmaal van geproefd hebt· Bovendien kan je een schilderij vastpakken en het heeft daardoor waarde.' Kunnen we straks op Bezembinders doeken ontleedde ratten ontdekken? 'Dat zal niet gebeuren. Ik heb altijd al dieren gemaakt. Doordat ik nu met de pc werk en het ontwerpen op de computer doe, merk ik dat ik toch een ander soort van werk maak dan voorheen.'
(Petra Else Jekel, UK #5, 21 september 2000)

terug naar boven


 Sto?

geduld s.v.p.

terug naar boven